Marronmuseum in boezem regenwoud

'Vandaag is voelbaar verandering begonnen'

door Iwan Brave

Ware Tijd: 27/02/2010

PIKIN SLEE - De leerlingen van de J.A.M. Willebrandschool in Pikin Slee liepen gistermorgen massaal in een lange, slingerende rij door het dorp, naar het heuvelachtige achtergelegen gebied. Alsof daar een bijzondere verschijning was te bewonderen. En eigenlijk was dat ook wel zo: een heus mu- seum, in de boezem van het Surinaamse regenwoud. Sowieso zei het woord 'museum' vrijwel niemand in het binnenland iets. Hoe leg je dan zoiets uit? Zien is begrijpen. En gisteren was het dan eindelijk zover, met de 'soft opening' van het 'Marron Museum Saamaka Köndë'.


Daar aangekomen moesten de leerlingen onder een asanpau door. “Jongens links en meisjes rechts”, werd hun gesommeerd.De asanpau - een poort van palmbladeren - zorgt ervoor dat boze geesten niet mee een dorp ingaan. Hiermee werd meteen de toon gezet, want 'Saamaka Köndë' betekent Saramaccaans dorp.En het museum staat voor behoud van de Sara-maccaanse cultuur in breedste zin. “Alles wat je in een bepaald dorp mist aan traditie, vind je hier terug”, zegt Toya Saakie, voorzitter van het lokale kunstenaarscollectief 'Tomtomboti': de lokale motor achter het museum. “Als mensen op traditionele wijze zouden willen trouwen dan kan het ook hier.” Er is afgelopen anderhalf jaar 'hard samengewerkt'. Maar de droom van een museum bij Totomboti dateert al vanaf de jaren tachtig. “Ik voel die positieve spirit dat vandaag eindelijk de verandering is begonnen”, zegt Saakie dan ook. Het 'dorpsgebied' beslaat honderd bij tweehonderd meter. De eerste contouren van een beeldentuin zijn al waarneembaar door de massieve meubelstukken van Tomtomboti, die we al kennen uit het Waaggebouw in Paramaribo. Het gebouw stelt drie in elkaar vloeiende (halve) rondingen van kalebassen voor. In de hoofdzaal vinden we drie werelden: die van de man, de vrouw en die van het kind.De collectie van gebruiksvoorwerpen en nijverheidsproducten moeten een samenhangend inzicht verschaffen over het leven, wonen en werken in de Saramaccaanse cultuur. Hoofdthema's zijn wonen, religie, voedsel en transport. Met als één van de pronkstukken een 150 jaar oude voorgevel, waarachter een Saramaccaans huisje met inrichting schuil gaat. De twee andere zalen zijn de galerie met kunst- en meubelstukken en een winkel

waar allerlei nijverheidssieraden te koop zijn, vervaardigd door vrouwen uit het gehele stroomgebied van de Boven-Suriname. De soms zeer oude voorwerpen zijn aangekocht uit verschillende dorpen, vertelt Saakie. “In het begin waren de mensen wantrouwig omdat ze dachten dat we het aan buitenlanders gingen verkopen. Maar gaandeweg zagen ze dat het bedoeld was om voor jaren te worden behouden.” Het museum is gerealiseerd met geld van Impulsis, UTSN en het Skan-fonds, losgekregen door inspanningen van de in Nederland gevestigde 'Steungroep Tomtomboti'. Naast economische versterking gaat het ook om emancipatie en educatie. “Het is belangrijk dat Saramaccaanse kinderen zich bij hun ontwikkeling niet langer belemmerd voelen door een minderwaardigheidsgevoel”, zegt Humprey Schmidt, bestuurslid van Steungroep. Hij heeft alle vertrouwen in de toekomst van het museum. Het is een lokaal initiatief en niet een van buitenaf opgedrongen ontwikkelingsproject. Alle basisbouwmaterialen zijn lokaal vervaardigd. Schmidt: “Dus we praten over 120 procent draagvlak.” Een internationaal unicum. De exploitatie van het museum is in handen van de speciaal opgerichte stichting 'Wan Mëni' (Eén gedachte). Voorzitter Berry Vrede: “Voor mij is deze dag een emotioneel moment. Al vanaf 1650 hebben onze voorouders, die hun eigen vrijheid hebben bewerkstelligd, van het tropische regenwoud hun leefomgeving gemaakt. Dit museum onderstreept dat 'het bos' niet staat voor achterlijk maar voor een rijke cultuur.” Saakie: benadrukt het nationale karakter van het museum: “Ik roep alle Surinaamse kunstenaars op om hun werk hier te laten zien en organisaties om het museum te gebruiken als expositieruimte.”.-.